Doordeweeks op kantoor, grunten in het weekend

Student Henri brult de boel bij elkaar in metalband

Door de week een brave kantoorjongen en student bedrijfskunde. In het weekend een gruntende metalhead in zijn band Abaabcedaab. Henri Rietberg (27) is met zijn vriendelijke, rustige uiterlijk bepaald niet het stereotype metalzanger.

Lang haar heeft hij niet. Hij zit niet onder de tattoos, draagt gewoon een spijkerbroek met een nette trui en heeft een beleefde glimlach. “Ja, mensen verwachten niet dat ik af en toe de longen uit mijn lijf grunt”, lacht Henri, werkzaam als ‘assessment consultant’. wat inhoudt dat hij potentiële werknemers onderwerpt aan een psychologische test. “Mensen hebben een stereotype beeld in hun hoofd. Maar metal is gewoon iets waarmee je je kunt uiten. Daarvoor hoef je er niet op een bepaalde manier uit te zien. Je kunt een normaal leven leiden, en ondertussen heftige muziek maken.”

Beatles van de metalwereld
Dat blijkt, want ook Henri’s bandleden zijn ‘gewone’ jongens. Abaabcedaab bestaat verder uit gitarist Christiaan (27) en drummer Daniël (18). Iedere zaterdagavond oefent de band met hun zelfgeschreven nummers. Een geluid van jewelste, dat moet worden afgeschermd door oordopjes en geluidisolerende deuren. Henri: “Als je het niet gewend bent, is het schrikken. Maar eigenlijk maken we relatief rustige metal. En we hebben geen rocksterrenleven ofzo.” Christiaan, grappend: “Eigenlijk zijn we de Beatles van de metalwereld. We maken het nooit te gek; vanavond gaan we gewoon op tijd naar bed.”

Toch klinken de nummers van Abaabcedaab niet als ontspannen deuntjes. Vooral niet wanneer de zo rustig ogende Henri begint te grunten. Iets wat hij regelmatig oefent in de auto. Henri: “Ik hoor vaak: ‘knap dat je dat kunt, maar ik vind het heel lelijk’. Dat vond ik vroeger zelf ook, maar inmiddels brul ik de boel bij elkaar. Je moet er de schoonheid inzien. Bij deze muziek gáát het juist om het geschreeuw.” Negatieve reacties krijgt Henri wel vaker. “Het grappigste is om mensen in het publiek te zien denken: what the fuck gebeurt hier? Er stond zelfs eens iemand met haar vingers in haar oren.”

Dood en verderf
“Ik heb stiekem ook wel een macabere kant”, bekent Henri. “Ik ben geïntrigeerd door de dood. Ik heb thuis opgezette dieren en schedels aan de muur, heel interessant vind ik dat. Ik hou van alles wat met dood en verderf te maken heeft, en dat zie je terug in mijn teksten. Maar onze optredens zullen nooit extreem zijn. Sommige metalzangers snijden zichzelf tijdens hun optredens. Of ze spugen varkensbloed over het publiek, eten dode dieren of drukken sigaretten op zichzelf uit. Nee, niks voor mij.”

Filosofisch aangelegd
Met het schrijven van teksten voor Abaabcedaab kan Henri zijn creativiteit kwijt. “Metal is geen enorme uitlaatklep voor me; het is niet zo dat ik er in het weekend allerlei agressie uit moet gooien. Maar dat ik mijn gedachten kwijt kan door middel van de teksten, is wel fijn. Ik ben filosofisch aangelegd en dat zie je terug in onze nummers. Wat mij fascineert, is dat we als mensen zijn afgedwaald van waar het echt om gaat. Over dat primitieve, de basis die in ieder mens zit, denk ik veel na. De teksten zijn vaak symbolisch. Ik laat me ook inspireren door thema’s als maffia en wat mensen daarvoor bereid zijn te doen. Of satan: ook interessant. Duistere shit, volgens sommige mensen.”

En met die duistere shit hebben de jongens meer plannen. Tijdens de opening van het hogeschooljaar van Windesheim trad Abaabcedaab voor het eerst op, en dat smaakte naar meer. Henri: “Het was superleuk om te doen, dus het plan is om vaker op te gaan treden. Een tourtje, dat lijkt me wel wat. Maar eerst zijn we druk bezig met het maken van een demo – een verzameling van onze eerste nummers.” Tot die tijd speelt de band gewoon op zaterdag, in hun oefenruimte. “Er komen wel eens mensen kijken, dus daar kunnen we op oefenen. Mijn moeder is ook wel eens langsgekomen.” Lachend: “Vreselijk vond ze het.”

Horen hoe het klinkt? Op de website Bandcamp is een nummer te horen, als je zoekt op ‘Abaabcedaab’.

Silke Polhuijs
Foto: Jasper van Overbeek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *