‘Jezelf kunnen presenteren is een essentiële vaardigheid’

Hoe hou je de aandacht vast? Hoe vertel je een verhaal? Theaterdocent Jasper Allema leert het zijn studenten. Maar schuilt in iedereen een verhalenverteller? Kan het ook zonder? Drie andere docenten reageren.

‘Je moet je boodschap overbrengen, dáár gaat het om. En daarbij ben je zélf je belangrijkste instrument.’ Jasper Allema doceert theater aan AVO-studenten en op het Teachers College. Voor hem staat het buiten kijf: zonder een vleugje theater wordt je geen goede docent. En zijn studenten kunnen dat leren. En leren zo zichzelf kennen. ‘Je kunt ze laten spelen met tegenstelling hoge/lage status, met je dominant opstellen óf onderdanig. Door dat te spelen, leren studenten zichzelf kennen en wordt je authentieker. Je leert jezelf observeren en je gedrag bijsturen. Zo leren ze bijvoorbeeld hoe je hoge status kunt hebben én vriendelijk kunt zijn. En als je terugdenkt aan wat je vroeger goede leraren vond, dan gaat het om mensen die die combinatie in balans hadden: hoge status én vriendelijk.’

Comfortabel
Allema ontkent dat het om trucjes gaat. ‘Ik geloof niet in trucjes. Bijvoorbeeld dat je, wanneer je het spannend vindt om voor een groep te staan, over hen heen moet kijken, ergens naar een punt in de verte. Daar prikken studenten onmiddellijk doorheen. Zo’n andere onzinregel is dat je nooit iets in je hand moet houden, geen pen of stuk papier. Want daar ga je dan mee spelen, knoeien. Maar zoiets kan bij sommigen juist heel goed werken. Ik heb meegemaakt dat een student helemaal verstijfd zijn verhaal stond af te steken, totdat iemand haar een pen in de hand gaf. Dat ene rekwisiet maakte haar gelijk veel losser. Studenten moeten doorkrijgen dat ze effectiever zijn wanneer ze comfortabeler voor de groep staan. En hoe je dat bereikt, wat voor jou “werkt”, dat is een kwestie van ontdekken, trainen, het is een hyper individueel proces, maar je hebt er wél een groep en tijd voor nodig. Je moet je kwetsbaar opstellen. En de groep is tegelijkertijd “veilig”. Je kunt elkaar vertrouwen.’

Wie het helemaal met hem eens is, is Anne Velema, die inleiding recht, ontslagrecht, arbeidsrecht geeft. Velema stat bekend om zijn “Clubcolleges”, filmpjes waarin hij een hoorcollege kort en bondig samenvat. En hij houdt van een vleugje theater. “Bijvoorbeeld, als het gaat om het onderwerp bedreiging, dan laat ik iemand naar voren komen vanuit de zaal met een bivakmuts op. Dan voelt iedereen ineens concreet wat “dreigen” is en leg ik uit wanneer daar juridisch sprake van kan zijn. Ik hou van dat soort verrassingseffecten. We leven in de tijd van de Ted Talk, en de DWDD-Academy… Ik geloof écht in de kracht van het verhaal. Die filmpjes worden door de studenten erg gewaardeerd.’

Bij zijn hoorcolleges neemt hij vaak een voorwerp mee. ‘Een tijdje terug liet ik de studenten een bierviltje zien en zei: “kijk goed, dit bierviltje is elfduizend euro waard.” Daarna vertel ik het verhaal van de voetballer die een contract met een clubbestuurder sloot, in de kroeg, vastgelegd op een bierviltje. Met bedragen én handtekeningen. De bestuurder ontkende later; de rechter moest eraan te pas komen. Dankzij dat bierviltje dat ik omhoog stak, had ik vanaf het eerste moment hun aandacht.’

Moet je daar Anne Velema voor zijn? ‘Ik ben ervan overtuigd dat je die vaardigheid kunt leren, kunt trainen.’

Kernkwaliteit
Maar goed onderwijs is een zaak van twéé partijen, stelt Marjolein Reijners, die zich bij de opleiding Social Work bezighoudt met de professionele ontwikkeling van docenten. ‘Als docent heb je de kerntaak om leren mogelijk te maken en de didaktiek daarvoor af te stemmen op de studenten. Welke didaktiek geschikt is, hangt af van de studenten.’ Daarbij komt dat elke docent zijn eigen talenten heeft. Reijners: ‘Hoe vaak horen docenten niet dat ze meer coach moeten zijn. Of niet mogen ‘pamperen’, activerend moeten werken of flipped classroom? Eenzijdige nadruk op ‘vernieuwende didactische concepten’ kunnen onbedoeld voor een docent vervreemdend werken als dit ver afstaat van hun kernkwaliteit. En daarmee werken ze uiteindelijk demotiverend. De docent die wel gemotiveerd weet te blijven, zijn docenten die datgene doen waarvan zijn merken dat het effect heeft. En dus ook dicht bij hun talent blijven.’ Ze benadrukt dat er geen didactische Heilige Graal bestaat. ‘Frontale uitleg over leerstof, waar presenteren de hoofdtoon voert, wordt mijns inziens onterecht als tegenhanger van zelfsturend leren gezet. Zelf zet ik het regelmatig in en bereik ik enkele studenten doeltreffend. Daarnaast weet ik dat ik bij andere studenten op een andere manier te werk moet gaan. Mijn advies: doe wat op welk moment zinvol is en bij jou als docent past.’

De hype voorbij
Voor geschiedenisdocent Bas van der Meijden hoeven studenten beslist niet allemaal geboren verhalenvertellers te zijn. ‘Voor mij zijn de verhalen slechts een onderdeel van wat ik doe. Ik vertel wel verhalen, mooie anekdotes, maar geschiedenisonderwijs is geen verzameling verhalen; het moet een bijdrage leveren aan het denken over de grote vragen van het leven: wie ben ik, hoe organiseren we de samenleving? Wat is beter, revolutie of evolutie? Studenten moeten gaan nadenken op basis van de geschiedenis. Tijdens zo’n les wil ik een mediator zijn, een coach. Ik ben veel liever de souffleur.’

Volgens Van der Meijden is het tijdperk van de star performers alweer voorbij. ‘Docenten haalden allerlei maffe dingen uit of deden spectaculaire proefjes in de collegezaal. Dat soort youtube-filmpjes werden wereldwijd een hit. Maar wat blijkt? Na een tijdje bleven de studenten weg. Ze kennen het wel, en ze leren toch te weinig. De hype is voorbij.’ En wat vindt hij er dan van dat ‘zijn’ studenten les krijgen van Allema? Van der Meijden: ‘We hebben het vakonderwijs te veel opgesplitst. Bij die docent leer je dit, en bij die leer je dat. We zouden die vakken veel meer moeten integreren. Dus laat die studenten een presentatie geven, en dan let ik achterin het lokaal op de inhoud, terwijl een collega let op de presentatie.’

Allema denkt dat zijn lessen theater juist nu extra nuttig zijn. Studenten zijn niet meer gewend lang te luisteren, zijn sneller afgeleid. ‘Je moet meer moeite doen om contact te maken, en de aandacht vast te houden. Daar kan dit zeker bij helpen.’ Velema wijst tot slot op een ander aspect. Jezelf goed kunnen presenteren is een onmisbare vaardigheid: ‘Ik hoop écht dat docenten het presenteren hoog op hun prioriteitenlijstje zetten. Dat zijn we aan de studenten verplicht. Als manager moeten ze hun medewerkers of meerderen overtuigen waarom iets de juiste koers is. Ze moeten in staat zijn om een standpunt in te nemen en dat overtuigend naar voren te brengen. Jezelf goed kunnen presenteren, overtuigend en boeiend, is een essentieel onderdeel van wat we ze mee moeten geven. Daar ligt huiswerk.’

Tekst: Marcel Hulspas
Foto’s: Gerben Rink

Er is 1 reactie op “‘Jezelf kunnen presenteren is een essentiële vaardigheid’

  1. Your style is very unique compared to other folks I’ve read
    stuff from. I appreciate you for posting when you’ve
    got the opportunity, Guess I will just book mark this blog. http://careerskillschannel.net/__media__/js/netsoltrademark.php?d=kasino.vin%2Fdownloads%2F72-download-play8oy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *