Ik heb de beste zomerbaan

Lifeguard in een zwembad, ijsverkoper op de heide of stadsgids in Parijs. Deze studenten hebben de leukste zomerbaantjes. Eerstejaars Noor: “Na het werk zitten we tot diep in de nacht in het café.”

‘In mijn gezicht gespuugd door een aap’

Merle van Faassen, tweedejaars docentenopleiding biologie, staat deze zomer elke dag tussen de bijzondere dieren. Ze werkt namelijk in de dierentuin van Emmen.

“Ik verzorg onder andere slangen, krokodillen en otters in de Vlindertempel, een kas. En af en toe sta ik op de afdeling van de apen. Geen enkele werkdag is hetzelfde. De ene keer sta ik met een schepnet infoboekjes uit het water bij de krokodillen te vissen, de andere keer word ik in mijn gezicht gespuugd door een aap of ondergepoept door een atlasvlinder. Die vlinders zijn dertig centimeter groot en spuiten echt heel veel poep met een keiharde straal naar beneden.

Je moet altijd alert zijn en erg precies werken. Bij de pythons mag je bijvoorbeeld nooit in je eentje naar binnen. Dat doe je samen met de hoofdverzorger en een voorwerp om jezelf mee te beschermen, zoals bijvoorbeeld een hark. Want mocht je gegrepen worden, dan loopt het eigenlijk nooit goed af, pythons zijn ijzersterk. 

Wat mensen vergeten, is dat het werk voor een groot deel bestaat uit schoonmaken. Het opruimen van apenpoep stinkt verschrikkelijk, kan ik je vertellen.”

‘Koffie is voor mij als goede wijn’

Een koffiebar op wieltjes: Julia Boekholt, tweedejaars associate degree Ondernemen, rolt haar bar naar verschillende festivals en evenementen.

“Mijn droom was altijd al om een eigen café te beginnen, ik begon met mijn veertiende met daarvoor te sparen. Als klein meisje leerde mijn vader mij het belang van goede koffie kennen. We hadden een echte Italiaanse espressomachine, hij legde mij de verschillende soorten koffies uit en liet me zien hoe ik het perfecte melkschuim kon maken.

In Almere kon ik tijdens een wedstrijd een bedrijfsidee pitchen. Ik won, en kreeg duizend euro om met mijn idee aan de slag te gaan. Samen met mijn vader heb ik deze bar op wieltjes gebouwd, hij past precies in een grote auto. De zijkanten zijn van plexiglas, de kleuren kan ik afstemmen op het thema van het evenement of festival waar ik sta.

Met mijn koffiebar wil ik de mensen laten zien dat plantaardig eten en duurzaamheid ook lekker, normaal en leuk kan zijn. Dus geen koemelk maar haver, kokos of soja. Koffie is voor mij als een goede wijn: geen espresso die je even snel achteroverslaat, maar een echt genietmoment.”

‘Lekker cruisen door de stad’

Na een nachtje doorhalen een vette hamburger besteld bij restaurant Ingeburgerd? Dan is de kans groot dat Maxime Overhof, eerstejaars journalistiek, bij je aan de deur komt.

“Met mooi weer heb ik als bezorgster echt de beste baan van de wereld. Lekker in een T-shirtje op de scooter, cruisen door de stad, een beetje stoer doen. Vrouwelijke bezorgers, daar zijn er niet zoveel van. Ik zie andere bezorgers dan ook vaak verbaasd kijken wanneer ik voorbijraas.

Ik maak weleens rare dingen mee. Zo werd ik ooit middenin de winter naar Holtenbroek gestuurd. Er lag overal sneeuw,  ijskoud! Deed er een man open in zijn onderbroek. Dat hoef ik echt niet te zien! Ik gaf hem het eten en ging er snel weer vandoor.”

‘Liggertje ertussen en klaar is Kees’

Festivalletje meepakken? Chiel Jonkman, tweedejaars logistics management, doet de hele zomer niet anders: hij bouwt de podia op, en af.

“Met mooi weer ben ik door dit werk altijd buiten, dat is toch mooi! Je begint soms weken van tevoren met opbouwen. Zo gaan we binnenkort beginnen met de podia van de Zwarte Cross. Dat is een festival waar ik zelf elk jaar weer te vinden ben. Het is leuk om dat nu eens van de andere kant mee te maken

Ik vertrek ’s ochtends om kwart over vijf en ben op een drukke dag pas om half negen ’s avonds thuis. Dat zijn dus lange dagen. Het is vrij standaard werk: plateautjes rechtop zetten, een liggertje ertussen en klaar is Kees. Het werk gaat altijd door, ook in de stromende regen. Met onweer schuilen we natuurlijk in de auto, maar wanneer het hard begint te waaien moeten we doorpakken. We werken met grote zeilen die dan meteen moeten worden vastgemaakt, omdat ze anders gewoon kapotwaaien.”

‘Ik lig uren op het strand’

Zon, strand en leuke mensen. Eerstejaars journalistiek Noor Mekel doet horecawerk op Terschelling.

“Als klein meisje zei ik het al: na mijn eindexamen ga ik op Terschelling werken.

Ik heb minimaal de helft van alle horecazaken op het eiland gemaild om een baan te krijgen. Nu werk ik in de bediening en de keuken van Grandcafé Zeezicht.

Je zit op een eiland, na zes uur ’s avonds kun je er niet meer af. Dus woon ik deze zomer anderhalve maand op Terschelling. De collega’s met wie ik een appartement deel zijn vrienden geworden. Na het werk zitten we tot diep in de nacht in het café, napraten over de dag. Maar alleen maar naar Terschelling om te komen zuipen, nee dat niet. De natuur van het eiland is heel gevarieerd. De polder, de prachtige duinen. Op mijn vrije dagen lig ik uren op het strand.

De mensen op het eiland zijn heel open en blij dat je er bent. Ik voel me hier zo relaxed: wat vandaag niet lukt, komt morgen wel. Ik heb nooit heimwee naar huis. Ik heb juist heimwee naar Terschelling, al op het moment dat ik weer op de veerboot naar het vaste land sta.”

‘Ik sta het liefst op de heide’

Zweten in de zomer? Niet voor Thijs van der Tang, eerstejaars docentenopleiding scheikunde. Hij staat altijd met zijn hoofd boven de ijskraam.

“Mijn favoriet? Aardbei-rabarberijs. Maar ik lust alles. Met chocolade-ijs ben ik wel klaar, want dat gaat maar niet van de ijslepel af. Het biologische ijs dat ik schep wordt gemaakt op de boerderij waarvoor ik werk. Het is echt het lekkerste ijs dat er bestaat. Mensen denken overigens dat ik de hele dag ijs aan het eten ben, maar dat valt tegen. Ik ben natuurlijk gewoon aan het werk!

Ik vertel aan iedereen die het maar wil horen dat ik de leukste bijbaan heb. Wie is er nu chagrijnig wanneer hij ijs gaat kopen? Aan mijn kraam is het altijd gezellig. Ik mag in het zonnetje werken en als het niet druk is, heb ik altijd een boek bij me. Eenzaam is het nooit: er is altijd wel iemand die een praatje met je maakt.

Met mijn ijskraam kom ik op verschillende plekken. Op de Dwingelose Heide, één van de vaste stekjes, sta ik het liefst. Zo’n prachtige omgeving!”

‘Ik heb haar knieschijf teruggezet’

Baywatch in actie in het zwembad van Centerpars de Huttenheugte: eerstejaars bedrijfskunde Laurien Tietema zorgt ervoor dat jij niet verdrinkt.

“Er was ooit een meisje dat haar knieschijf uit de kom had. Met een paar collega’s moesten we het zwembad in, haar op een veilige plek brengen en bij haar blijven om haar rustig te houden. We hebben een deel van het zwembad afgezet. Samen met de dokter heb ik toen haar knieschijf teruggezet. Ik zat vol adrenaline!

Je wordt natuurlijk niet zomaar lifeguard. Na mijn proefperiode werd ik een weekend naar Zandvoort gestuurd voor een cursus reddingszwemmen. Daar heb ik geleerd hoe ik mensen opduik of door het water moet vervoeren wanneer ze bewusteloos zijn. Dat vind ik zo tof: het is iets wat ik in het echte leven ook kan gebruiken. Ligt er iemand in het kanaal, dan kan ik diegene helpen.”

‘Palais Royal is een verborgen parel’

Merel Revet, derdejaars studente journalistiek, studeerde dit semester in Parijs en is daar stadsgids voor Nederlandstalige toeristen. Op de fiets.

“Mijn favoriete plek om te stoppen is Palais Royal, dat is echt een verborgen pareltje in deze stad. Mensen zijn zo verbaasd wanneer ze de bocht omgaan bij het Louvre, zich helemaal niet bewust van het moois dat zich daar nog meer bevindt.

Als stadsgids hebben we een script van vier pagina’s dat we uit ons hoofd moeten leren. Ik houd me vooral bezig met de kidstour, waarin ik de kinderen zelf laat vertellen over de bezienswaardigheden. Laatst had ik een driejarig jongetje dat vanaf zijn kinderzitje van alles wist te vertellen over Napoleon. Geweldig toch!

Tijdens elke fietstour is er wel een voorbijganger die zijn middelvinger naar ons opsteekt of in het Frans schreeuwt dat we op moeten rotten. Parijzenaren hebben een hekel aan fietsers. Die worden daar als gevaarlijk beschouwd, maar wij houden ons keurig aan de regels. Er morgen alleen Nederlanders en Vlamingen mee, simpelweg omdat mensen uit andere landen niet kunnen fietsen.”

Tekst: Michelle van der Molen
Grote foto’s: Jasper van Overbeek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *